So this is a book about mistakes. In fact, this is a book in praise of mistakes. May you make many of them along the way. May you make them left, right and center, and when you do, may you never claim to have profited from them. May you never ever chalk them up to lessons learned or experiences gained or any of that trite, commonplace bullshit. Just enjoy your idiocy, cry about it and bask in it, and be glad you are lucky enough to have a life that has room for some stupidity and lolling about and kicking around, because, you know, that’s how it goes, and that’s what it means to be living.

Elizabeth Wurtzel, The Bitch Rules

MEISJE VAN MARS

EERSTE DEEL:
dat wat op een begin moet lijken

Hoofdstuk één:
TREED NADER

“Kom gerust binnen in ons appartement, maar let op waar je loopt: de vloer is op bepaalde plaatsen niet meer zo stevig, het plafond lekt en ik weet niet wat er precies over de vloer loopt, maar hou je benen in elk geval maar opgetrokken.”
Met die woorden begroette ik iedereen die bij ons op bezoek kwam. Niet dat die waarschuwing nodig was, ons appartement ziet er goed uit. We wonen er met twee personen, maar we hebben aparte kamers. De badkamer is proper en geen onderdeel van de keuken zoals in ons vorige appartement. De kamers zijn ruim en we hebben, jawel, kabeltelevisie. Enfin, de buren hebben kabel en wij tappen die af. Goed, hun beeld kan er misschien wel iets door verslechteren, maar hiernaast wonen toch maar twee bejaarden met slechte ogen. Ik denk niet dat ze iets door zouden hebben als we een VTM-sticker op hun aquarium zouden plakken en hen daarvoor zouden zetten.

Net omdat we kabel-tv aftapten, waren we populair in de buurt. Regelmatig kwam er hier volk over de vloer dat normaal gezien niets met ons te maken zou willen hebben, maar dat, om te kunnen kijken naar hun favoriete programma’s, bereid was ons te negeren. Ons niet gelaten, de meesten waren beleefd genoeg chips en drank mee te nemen en dat scheelde weer een pak in ons budget.

Amber en ik deelden samen een appartement. We hadden allebei een slaapkamer en de rest was gemeenschappelijke ruimte. We kenden elkaar al vrij lang, het kwam iets goedkoper uit en zo samen op kot was nog gezelliger ook. Bovendien hadden we niet alleen grotendeels dezelfde smaak, we deelden zelfs een aantal vrienden. Al maakte Amber sneller vrienden dan ik. Eigenlijk had ik dus beter kunnen zeggen dat haar vrienden me ook mochten.

“Heb jij ook honger?”
“Jij ook?”
“Ja.”
“Maken we iets klaar of gaan we iets eten?”
“We kunnen ook iets naar hier halen.”
“Ik heb geen zin in friet.”
“Pizza, pita, Chinees.”
“Hmm, Chinees, daar heb ik nog eens zin in. Al lang geleden. Vorige week wel nog een Japanner gegeten, maar die smaken veel bitterder.”
“Amber, zouden we niet beter eens wat meer leren koken?”
“Jij mag altijd kooklessen nemen, Jonathan. Ik heb er een bloedhekel aan en zal pas bij mijn laatste honderd franken overwegen om creatiever te zijn met een ei dan het gewone recept: water koken, ei erin, wachten, ei eruit, ei eten.”
“Chinees dan maar?”
“Nee, doe maar pizza. Calabrese, maar jij moet ’m halen.”
“Waarom ik?”
“Die obers zitten de hele tijd aan mij. Jij mag eens gaan testen of er ook homo’s tussen zitten.”
“En als die ertussen zitten?”
“Doen zoals ik. Je opsluiten in je eigen wereld en van 600 naar 0 tellen.”
“Waarom zeshonderd?”
“Het duurt tien minuten eer de pizza klaar is.”
“Een calabrese dus?”
“Je bent een schat.”

Of er zat geen homo tussen de obers, of hij durfde het niet toegeven. Of er zat er wel één tussen, maar hij was niet in mij geïnteresseerd, dat kon ook.
Hoe dan ook, het belangrijkste was de pizza en die was lekker.

We aten de pizza op, keken nog wat tv en gingen dan naar bed.
Het kan niet alle dagen feest zijn.

* * *

Febe zat op de rand van het bed, te kijken naar haar voeten. Er was weinig anders te doen. Heel wat spullen lagen nog thuis te wachten tot haar ouders alles in één keer kwamen brengen. En dat betekende wachten tot zaterdag.
Drie dagen lang zou ze nog in dit halflege kot moeten doorbrengen. Dat kon erger, maar ze verwenste zichzelf dat ze niet beter had nagedacht en meer in haar rugzak had meegebracht. Zo had ze wel haar discman meegebracht, maar slechts twee cd’s en één was ze ondertussen al beu gehoord. Dezelfde cd de hele tijd draaien mocht dan wel een goede manier zijn om doorsneemateriaal van kwaliteit te onderscheiden, maar op den duur begint altijd dezelfde kwaliteit ook maar te vervelen.

Niet alleen was ze de enige nieuwkomer in dit huis, maar ze was ook de enige die er op dit moment was. De meesten waren er nog niet omdat ze niet nog een keer door de horror van een introductieweek wilden (had niemand haar kunnen zeggen hoe dodelijk saai dit was?) en de anderen waren uitgegaan.
Dat leek Febe ook maar niets, niet in het minst omdat ze eigenlijk nooit naar Antwerpen had willen komen. Ze was hier alleen omdat ze haar vriend was gevolgd. En om zo zonder hem de stad in te trekken, het sprak haar niet aan.

Ook haar vriend was er nog niet. Die was nog in Spanje op vakantie met zijn ouders. Hij had haar gezegd dat het nog te vroeg was voor zijn ouders om haar mee op vakantie te vragen en daar had ze zich dan maar bij neergelegd, ook al wilde ze nog steeds elk moment het natte Antwerpen voor het zonnige Spanje inruilen.
Febe miste hem enorm.
Haar moeder had gebeld en gezegd dat hij een kaartje had gestuurd. Ze had gesmeekt om het door te sturen, maar haar moeder wilde er niet van weten. Allemaal weggegooid geld voor een kalverliefde vond haar moeder. Ze zouden het zaterdag wel meenemen. Wel had haar moeder het aan de telefoon voorgelezen. Dat vond Febe nog erger: niet alleen had ze het kaartje nog niet gekregen (waarom had hij het ook niet naar Antwerpen gestuurd, hij die zo van die stad hield ... en van haar?), maar nu had haar moeder ook nog eens tekst die persoonlijk voor haar geschreven was, gelezen.
Nou ja, persoonlijk: van Het is hier warm, maar ik mis je droop niet echt een persoonlijke boodschap af, maar het waren zijn woorden. Zijn handschrift.
Voor haar.
Zaterdag. Dan zou ze het zien.
Het was wachten tot zaterdag. Tot dan moest ze maar genoegen nemen met het kijken naar haar voeten die meewiebelden op de klanken uit haar discman.
Ze had de deur op slot gedaan uit angst voor de grote stad. Ze miste haar vriend. Ze had het licht uitgedaan en ging op bed liggen.
Ze viel in slaap.


Hoofdstuk 2